
Een bijzonder verhaal is geboren: De Vlinder en de Schildpad. Het is een warm luisterverhaal dat gezinnen, volwassenen én kinderen uitnodigt om stil te vallen. Niet alleen om te praten over afscheid nemen, maar om te luisteren — samen. Het verhaal gaat over verlies in vele vormen en over eeuwigdurende vriendschap. Het is niet alleen een bijzonder verhaal omwille van het thema, maar ook omwille van de samenwerking samenwerking tussen enerzijds de initiatiefnemers UZ Leuven en Lucas for Life vzw en anderzijds Het Geluidshuis. ONTroerd laat de stemmen van de opdrachtgevers, de scenarioschrijver en de verteller aan het woord.
Onze cast voor dit artikel is:
• Verteller die van stilte een verhaal maakte: Dimitri Leue
• Opdrachtgevers met een duidelijke missie: Ingrid Debeurme (psychologe palliatieve zorg UZ Leuven), Ilse Ruysseveldt (coördinator KITES zorgteam UZ Leuven), Tomas Bruyland en Diewer van der Meijden (oprichters van Lucas for Life vzw en ouders van Lucas)
• Scenarist die woorden gaf aan wat moeilijk te zeggen is: Paul Wauters
DE START VAN HET VERHAAL: ER WAS EENS...
Vlinder: “Hoe lang leeft een vlinder?”
Schildpad: “Lang leven wil iedereen, maar even belangrijk is hoeveel leven ge uit het leven haalt.”
Vlinder: “Stop met oud-Schildpads te spreken: zeg hetgewoon! Een jaar? Twee jaar?”
Schildpad: “Tijd is wat we het meest willen maar het slechtst gebruiken.”
Vlinder: “Kom aan flauwe, verstop u niet achter woorden! Cijfers wil ik...”
Cijfers wil Vlinder. Eerlijkheid wil Vlinder. Duidelijkheid! Vlinder wil meegenomen worden in haar levensverhaal en dat is meteen het vertrekpunt van het hele project geweest. Hoe is het verhaal gestart?
Ingrid: “Ergens eind 2022 was er op onze palliatieve eenheid in UZ Leuven een jonge papa opgenomen voor wie het heel moeilijk - bijna onmogelijk - was om iets met zijn jonge kinderen te delen rond afscheid en rond het sterven. Het is niet de eerste keer dat we die worsteling zien wanneer er jonge kinderen zijn. Toch blijft het voor ons telkens zoeken: ’wat betekent dit nu voor de kinderen?’, ‘hoe kunnen we hen samen verbinden in wat onoverkomelijk is?’ en ‘hoe kunnen we ervoor zorgen dat ze hierin allemaal wat minder eenzaam zijn?’. Als team wik en weeg je dan, en voel je soms ook veel onmacht.
En toen kwam een verpleegkundige met de idee om net rond dat thema een luisterverhaal te maken. Niet dat dat voor dat specifieke gezin een oplossing zou zijn, maar misschien kon het in de toekomst wel iets bieden om zowel de kinderen te betrekken rond het thema als de volwassenen rond die kinderen te helpen om met kinderen rond afscheid op weg te gaan. We hebben in dat idee ook Ilse aan boord genomen, als coördinator van het KITES team, omdat het KITES team niet alleen veel expertise heeft rond kinderen maar onze missie ook deelt. Ilse bracht op haar beurt de oprichters van Lucas for Life vzw mee in het creatieproces. Samen hebben we dan bij Het Geluidshuis aangeklopt. Een gedroomde partner als je kinderen én volwassenen wil aanspreken, denk maar aan hun Heerlijke Hoorspelen. We wilden immers een verhaal waarin de dingen benoemd werden zonder omfloerst te zijn en waarin tegelijkertijd een zekere lichtheid of gewoonheid mocht zijn. En dat voor zowel kinderen als volwassenen.”
Ilse: “Ja, jaren terug hebben we reeds in de schoot van Palliatieve Zorg Vlaanderen (toen nog de Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen) een project (kinderen en palliatie, nvdr) gestart met hetzelfde doel: kinderen betrekken wanneer verlies en afscheid aankloppen. Er was namelijk heel wat materiaal beschikbaar voor na een overlijden, maar voor de vaak voorafgaande periode van palliatieve zorg en zorg aan het levenseinde bleek niets beschikbaar. We hebben toen prachtig materiaal ontworpen om kinderen te betrekken in de palliatieve fase. We zijn dan een roadtrip door Vlaanderen gestart om zorgverleners op alle niveaus rond het bed te mobiliseren en warm te maken. Want ieder van ons moet overtuigd zijn van hoe belangrijk het is om kinderen een plaats te geven bij afscheid. Ik stel telkens weer vast dat er een zekere weerstand blijft om met kinderen daarrond in gesprek te gaan, maar uiteindelijk hebben zij een fundamenteel recht om deelgenoot te worden in verlies en afscheid. En niet bij iedereen lukt dit met het reeds beschikbare en diverse materiaal. Misschien kan dan een luisterverhaal uitkomst bieden.”
Paul, dan komt die vraag bij het Geluidshuis terecht. Hoe begin je daar aan als scenarist?
Het Geluidshuis contacteerde me: “we hebben een mooi, maar geen eenvoudig project. Denk er gerust even over na of je die uitdaging samen metons wil aangaan”. Mijn eerste gevoel was: “kan ik dat wel?” En toen bedacht ik dat je zo’n moeilijk thema via dieren wel toegankelijk kan maken. Dan is het van nature al wat lichtvoetiger. Ik kwam al snel uit bij een vlinder, die een kort leven beschoren is, en een schildpad, die lang leeft. Eens ik die twee personages had, kon ik hen van alles laten doen: je kan het hebben over vriendschap, je kan hen ruzie laten maken, je kan het hebben over elkaar helpen
relativeren... , De wijze, oude schildpad, die al heel lang leeft en veel geleerd heeft, is dan de ideale leermeester voor die jeugdige fladderaar van een vlinder. Op basis daarvan schreef ik een synopsis, die meteen enthousiast werd onthaald. De titel heb ik ook bewust open gehouden, om meer uit te nodigen: De Vlinder en de Schildpad. Zo staat de deur open.”
HET MIDDEN VAN HET VERHAAL: ER WAS EENS EEN VLINDER? EEN SCHILDPAD EN...
Welke zaken waren voor jullie belangrijk om in het verhaal te hebben?
Ingrid: “We wilden de dood betrekken bij het leven, en ook bij het leven van kinderen. Afscheid hoort nu eenmaal integraal bij het leven. Het mag een soort gewoonheid krijgen. Er sterven dan ook een aantal personages: het verhaal mocht to-the-point zijn. Tegelijk slaagt Het Geluidshuis er erg in om het niet te zwaar te maken, dankzij bijvoorbeeld woordspelingen.”
Diewer: “Wij hebben met onze vzw in het verleden een soort sjabloon uitgewerkt waarmee we kinderboeken lezen om na te gaan of ze ook daadwerkelijk helpen om met kinderen over dood te spreken. We hanteren daarbij criteria op basis van onze eigen ervaring uit het palliatief proces met onze zoon Lucas, maar ook wat Manu Keirse heeft geschreven. Een van die criteria is dat het woord ‘dood’ er gewoon in moet voorkomen. Zo zijn we ook mee in het creatieproces voor het luisterverhaal gestapt. Het moet benoemd worden zoals het is. Het mocht enerzijds niet te zwaar worden, maar anderzijds mocht het ook niet te licht zijn. Die balans moest juist zitten. Het verdriet dat er is en het feit dat het niet leuk is als iemand doodgaat, dat moest voor ons echt benoemd worden. Ook de boodschap naar kinderen dat verdriet er mag zijn, vonden wij erg belangrijk. Veel kinderen houden zich in om hun ouders te sparen. Dus we bewaakten mee dat kinderen kunnen horen dat verdriet er mag zijn en dat je het mag tonen, dat ook mooie herinneringen er mogen zijn en dat je ook vrolijk mag worden als je aan iemand terugdenkt die overleden is.”
Tomas: “Ja, en dat het ook heel oké is als je al die dingen tegelijk zou voelen.”
Diewer: “Wat ook mooi is, is dat ze heel veel verschillende manieren van overlijden beschrijven. Ze raken bijvoorbeeld een stilgeboorte aan, een overlijden door een verkeersongeval... Dat maakt het verhaal heel toegankelijk, want vaak blijft een boek beperkt tot één type overlijden. Bovendien beschrijven ze niet alleen het verlies maar ook wat dat doet met diegene die achterblijft. Wat je wil bereiken, is dat het een weg vindt naar gezinnen, zodat het een gesprek op gang kan brengen. Dat kinderen vragen stellen, dat ze dingen horen waarmee ze taal krijgen en dat (groot)ouders zich comfortabel voelen om daarop te antwoorden, of te durven zeggen dat ze het niet weten, wat helemaal oké is.”
Dimitri: “Het is een verhaal over afscheid, troost en eeuwigdurende vriendschap. Wat blijft, is die vriendschap tussen een jong levendig iemand en een ouder iemand. Die intergenerationele vriendschap voegt voor mij een extra laagje toe aan het verhaal en wordt daar bovenop in de verf gezet door twee geweldige hoofdpersonages. De stemgymnastiek van die twee acteurs draagt het verhaal. Evelien heeft een speelsheid in haar stem die de Vlinder nodig heeft. En Jan Decleir klinkt niet alleen als een wijze oude man, maar is er natuurlijk ook één. Troost zit in het verhaal verweven op een prachtig poëtische manier. Hoe Paul, de scenarist, de tijd in het verhaal heeft geïnstalleerd, is meesterlijk. De Schildpad is het dier dat lange tijd overleeft, maar daardoor moet hij voortdurend afscheid nemen van diegenen die hem voorgaan in de dood. De troost zit dan in de herinneringen die hij koestert. Maar ook de prachtige natuurbeschrijvingen zorgen voor troost. Die natuur is toch ook een belangrijk element in het verhaal, want in de natuur zie je het komen en gaan, telkens maar weer. En dat troost. Mijn taalgevoeligheid is zo ontzettend bevredigd in dit verhaal: meermaals heb ik gedacht: ‘maar, dat is zo schoon gezegd’. Troost zit soms ook in (woord)mopjes.”
Paul: “Ik vind het belangrijk om me niet alleen tot kinderen te richten, ook al zijn ze een belangrijk deel van ons luisterpubliek. Ik schuw geen moeilijke woorden en hou niet van verbloemen en té voorzichtig zijn. Ik maak graag verhalen waar iedereen iets aan heeft: niet alleen de voorbank (de volwassenen) of de achterbank (kinderen) van de auto, maar heel de auto. Dat is tenslotte altijd het vertrekpunt geweest van Het Geluidshuis, en zo vertrok ik ook in dit verhaal. Ik wilde ook het sacrale van de dood halen. De dood bespreekbaar maken is immers een nobel streven. Er komen heel wat emoties bij kijken en dat is niet alleen maar droefheid. Daar mogen ook grapjes bij zitten. Zelf al is het een droevig thema, dan mag er een eekhoorn uit de boom vallen van het lachen.
Tegelijk is De Vlinder en de Schildpad ook een heel levensbeschouwelijk, filosofisch verhaal. Omdat de Schildpad veel tijd heeft, denkt hij ook eerst na voor hij iets zegt, en daarom klinkt hij zo wijs. En om hem toch wat extra emotie te geven, zijn er ook zijn rimpels die tonen wat hij voelt. Hij wist de wispelturige en impulsieve vlinder op de schoonheid van het leven.
De dynamiek tussen de Vlinder en de Schildpad vind ik zelf heel interessant. Ze verrijken elkaars leven. De vlinder leert verder te kijken dan haar voelsprieten lang zijn, en de schildpad wordt eraan herinnerd dat je zoveel mogelijk uit elke dag moet halen door altijd verwonderd en nieuwsgierig te blijven.
En ook voor de volwassenen blijft die dynamiek boeiend. Kijk eens rond in jouw leven en ga op zoek naar jouw vlinder. Misschien heb je wel iemand gekend die een grotere indruk heeft achtergelaten dan je dacht. We beginnen helaas pas na te denken over wie iemand voor ons was als het afscheid nemen al gebeurd is.”
Typisch voor Het Geluidhuis is het gebruik van humor. Hoe sluipt die in dit verhaal binnen?
Ilse: “Men zegt altijd dat een lach en een traan dichtbij elkaar liggen. Ik denk dat dat in gezinnen en in ons werk essentieel en vaak aanwezig is: soms staat het ene meer voorop en dan weer het andere. Ook bij het creatieproces met Het Geluidshuis was het zoeken naar de juiste balans, net zoals je die zoekt binnen de gezinnen die je begeleidt. Je wil enerzijds de rauwe, pijnlijke realiteit in zo een luisterverhaal binnenbrengen - je wil en kan het niet verbloemen. Anderzijds wil je in het verhaal laten voelen dat het een deel is van het leven.”
Ingrid: “We hebben, samen met de mensen van Lucas for Life vzw, meegezocht met de mensen van Het Geluidshuis om die balans juist te krijgen. Ik herinner me nog een vergadering waarin we aanstipten niet te snel voorbij te gaan aan de rauwheid van schuldgevoel. Het gaat immers niet over ‘ge moet u niet schuldig voelen’: ook dat mag er zijn. Het is een heel secuur evenwicht tussen niets afdoen aan de pijn en tegelijkertijd ook lichtheid laten bestaan. Het was dan ook bijzonder waardevol dat het Geluidshuis zo fijngevoelig luisterde, dat er rekening werd gehouden met ons perspectief, het perspectief van de mensen van Lucas for Life vzw en van het patiëntenpanel van het UZ Leuven.”
Tomas en Diewer: “Ja, dat grappige mag er zeker in zitten. Het moet dragelijk blijven voor volwassenen en kinderen. Ook bij een afscheid mag gelachen worden. Het is altijd een mengeling: je zit met verdriet en met mooie herinneringen.”
Dimitri: "Er zit inderdaad humor in het verhaal. Het verhaal gaat over verlies, en dat is en blijft zwaar. De confrontatie met de eindigheid van ons bestaan is niet fijn. Het tempo van miserie ligt in het verhaal best wel hoog. Tegelijk is er daarbinnen veel variatie, heel wat verschillende stemmetjes, en ook mopjes waardoor er ook lichtheid zit in het verhaal. Humor kan immer het hart verlichten. Het is een soort yin yang. De zee waarop je vaart is ernst, en de wind in de zeilen kan je zien als de humor. Bij zware thema's is de lichtheid immers belangrijk.
Paul: "Het is een heel delicaat evenwicht. Je moet het niet te flagrant maken. Misschien is het eerder lief dat je wil bereiken dan grappig. Het gaat over een glimlach tussen de tranen door, over een zonnestraal tussen de wolken. Er werd gevraagd om naast de natuurlijke eindigheid van de vlinder ook andere situaties aan bod te laten komen: zieke ouder, een stilgeboorte, een verkeersongeluk.... Hierbij heb ik heel bewust gewerkt met pieken en dalen die elkaar afwisselen in het narratief. Als het wat te donker werd, liet ik weer wat licht schijnen."
HET EINDE VAN HET VERHAAL: ER WAS EEN EEN VLINDER, EEN SCHILDPAD EN HELAAS LEEFDE NIET IEDEREEN LANG
Het verhaal legt zich neer, en dan komt er nog een extraatje. Vertel eens.
Paul: "Initieel was on gevraagd om ook wat liedjes in het verhaal te schrijven, maar daar worstelden we mee. We wilden de personages niet uit hun rol halen met het gevaar er typetjes van te maken. Elk lied ging altijd het lied zijn. En toch miste ik iets: ik heb dan samengezeten met de componist Koen Brandt en we kwamen al snel tot het besluit dat het mooi zou zijn als we Schildpad na het einde van het verhaal nog een soort mijmering zouden laten doen. Het einde van het verhaal, het einde van Vlinder, is zonder bombast en bombarie: het is juist gedoseerd en duurt niet te lang. En dan komt als toemaatje die mijmering die niemand beter kan uitvoeren dan Jan Decleir. soort parlando geworden die ook op zichzelf kan staan. Zelfs als je het verhaal niet kent, kan je erdoor geraakt worden. Het is een beetje een samenvatting van het verhaal: het gaat over sterven, en dat verlies niet één emotie is. Er is droefheid, kwaadheid, frustratie, ongeloof, dankbaarheid, nostalgie, het privilege van iemand gekend te hebben,... Eigenlijk is het de Schildpad die zijn wijsheidsknopje op 10 zet. En Koen Brandt heeft er fantastische muziek op gezet: het is echt mooi geworden. Ik ben er heel blij mee.”
Dimitri: “Ja, het verhaal legt zich zacht neer met troost en een glimlach. En dan komt er inderdaad nog een cadeautje in de vorm van een klankgedicht door Jan Decleir. Dat is fenomenaal. Het is prachtig.”
Hoe was het om dit te maken?
Paul: “Ik moet zeggen dat ik het heel graag gedaann heb. Eerst dacht ik: ‘dat is niets voor mij. Ik schrijf humoristische verhalen.’ Het heeft me deugd gedaan om iets te doen dat mensen anders raakt dan in de lachspieren.” Het creatieproces was toch wel anders dan bij de Heerlijke Hoorspelen. Omdat we die zelf initiëren, kunnen we ook zelf beslissingen nemen. Maar voor dit verhaal zaten er mensen aan tafel met een expertise die wij niet hadden. Het was bijzonder leerrijk om hun visie te horen op de scènes die ik gevoelsmatig schreef vanuit mijn ervaringen. Dat ging nooit over stijl, maar wel over me ergens te snel vanaf maken. Zeer waardevol advies, wat ik heel fijn vond.”
Diewer en Tomas: “Het was een bijzonder traject. Het mooie en hartverwarmende was dat er echt naar ons geluisterd werd. Al was het wel met enige schroom dat we onze feedback gaven, want je werkt tenslotte samen met Het Geluidshuis: die weten wel waar ze mee bezig zijn. Toch voelden voelden we dat onze feedback gewaardeerd werd. Ze waren blij dat ze het konden aftoetsen. En voor ons was het een heilzaam proces, want we zaten daar rond tafel met het KITES-team dat ons kent vanuit ons traject met Lucas samen met hen.”
Ingrid en Ilse: “Het was een fijne samenwerking. Er werd oprecht geluisterd naar de verschillende perspectieven. En het resultaat is fantastisch.”
Wat dromen jullie nog rond het project?
Ingrid: “Ik denk concreet aan twee dingen. Het eerste is dat ik hoop dat het luisterverhaal ook gezinnen kan bereiken die misschien - om welke reden dan ook - minder snel een klassiek boekje zullen vastnemen. We wilden iets maken dat makkelijk, vlot en gratis beschikbaar is. Ik hoop dat we dat ook bereiken. En mijn tweede droom is dat we ook die gezinnen bereiken die niet direct met afscheid te maken hebben. Zodat het verhaal een aanleiding kan bieden om te praten over leven en dood, zonder dat je er middenin zit.”
Ilse: “Voor mij blijft mijn grote droom kinderen een plaats geven die ze toebehoort. Het is toch ontstellend dat kinderen enerzijds via allerhande kanalen vandaag de dag van alles te zien krijgen van het meest menselijke tot het meest onmenselijke, en we anderzijds dan toch weerstand blijven voelen om kinderen toe te laten aan een ziek-, palliatief, of sterfbed. Als er een kind in eengezin geboren wordt, staan we altijd klaar met heel leuke, schattige babyspulletjes. Wel, dan sta ik graag klaar met het boekje “Kikker en het vogeltje”, omdat ik vind dat elk gezin dit in huis zou moeten hebben om op elk moment via een heel eenvoudig verhaal vanaf peuterleeftijd spreken over sterven en de dood in een gezin binnen te brengen op een ongedwongen manier en zo spreken over dood doodgewoon te maken. Niet dat het gemakkelijker zal gaan, geen pijn zal doen wanneer kinderen daadwerkelijk geconfronteerd worden met het verlies van iemand die ze heel graag zien, maar het zal dan niet de eerste keer moeten besproken worden als het je overkomt. Ik hoop dat het luisterverhaal dit mag gaan betekenen.”
Diewer: “Je hoopt altijd dat er met een nieuwe tool - of dat nu een educatieve website is, een begrafeniswandeling, of een luisterverhaal is - een mentaliteitswijziging komt, waarbij er openheid ontstaat om kinderen te betrekken. We hopen echt dat mensen het zelfvertrouwen krijgen om kinderen gewoon te betrekken”
Tomas: “Ik denk dat het luisterverhaal een brug kan zijn. Het is heel toegankelijk, waardoor luisteraars misschien kunnen horen van ‘dit kan ook’.”
Dimitri: “Het is een onderwerp dat iedereen raakt. Dat voelde je ook bij de crew. Niemand bleef er onbewogen bij. Er zijn wel wat traantjes gevloeid. En net omdat het iedereen raakt, moet iedereen het horen.”
Stel, mensen willen na het lezen van dit artikel een eerste kleine stap zetten om kinderen te betrekken bij afscheid. Wat is jullie tip?
Ilse: “De eerste stap is niet bang te zijn en te vertrouwen op het kind in de eerste plaats en op jezelf in de tweede plaats. En dan is luisteren en aanwezigheid de tweede stap.”
Ingrid: “Ik denk spontaan aan het kind laten weten dat je het gezien hebt in dit verhaal van afscheid. Het luisteren waarnaar Ilse verwijst, leunt daar dicht bij aan: het kind laten voelen en ervaren dat je ziet dat het in dit afscheid geraakt wordt en dat dat best moeilijk is. Het kind laten voelen: “Ik zie jou, ik ben er en ik reik naar je uit”. Hoe je dat doet, kan heel verschillend zijn, afhankelijk van wie je bent voor dat kind: een ouder, een juf, een chiroleider...”
Thomas: “De eerste stap is kijken naar je eigen ongemak: waar zit mijn gereserveerdheid, mijn ongemak, mijn bezorgdheid?”
Diewer: “En je eigen ongemak zo klein mogelijk durven maken door heel laagdrempelig te beginnen. Als je jonge kinderen hebt en vaak naar de bibliotheek met hen gaat, dan kan je dat gekend terrein gebruiken en eens een boekje rond het thema ontlenen en voorlezen. Als je graag met je kinderen op pad gaat, ga dan eens naar een begraafplaats. Laat ze daar rondkijken. Laat ze bijvoorbeeld zoeken naar het graf met de mooiste bloemen, het grootste graf, het mooiste graf... Stop eens bij de etalage van een begrafenisondernemer en laat ze kijken. De vragen zullen vanzelf komen, en je bent vertrokken. En die vragen zullen niet meteen de grote vragen of moeilijke vragen zijn. Kinderen beginnen namelijk niet met de grootste levensvragen. Ze beginnen meestal met kleine praktische vragen. En door zo al met hen op pad te gaan, geraken jullie op dat terrein wat gesetteld, ook wanneer de moeilijkere vragen komen, of wanneer het jullie misschien ooit overkomt. En weet dat het ook helemaal oké is om tegen je kind te zeggen dat je iets niet weet. Er zijn op een dag zoveel dingen waar we geen antwoord op weten en daar zijn we meestal helemaal goed mee. Alleen wanneer het over grote levensvragen gaan, leggen we onszelf als volwassenen vaak op dat we het antwoord moeten weten als kinderen ons iets vragen. Dat hoeft echt niet: kinderen verwachten dat ook niet. Je kan ook prima zeggen: daar moet ik eens over nadenken. Kinderen kunnen daar best tegen. En je kan hen ook uitdagen om zelf na te denken: ik weet het niet, maar wat denk jij? En vaak ben je dan vertrokken op een boeiende ontdekkingsreis. Kinderen zijn ontzettend goed in dat samen zoeken en filosoferen: alleen is hun timing vaak een ramp. Vaak stellen ze die vragen in een drukke ochtendspits, of wanneer je net aan de beurt bent bij de slager.”
Tomas: “In ons educatief pakket hebben we daar een letterwoord voor gevonden: P.E.L. Eerst komen de praktische vragen, dan de emotionele en uiteindelijk de levensbeschouwelijke. De weerstand bij volwassenen om met kinderen te spreken over dood en afscheid komt vaak voort uit angst voor de levensbeschouwelijke vragen. Maar weet dus dat kinderen vaak met praktische vragen beginnen, en dat die moeilijkere vragen vaak later komen. Oefen je dus eerst wat, en weet dat je niet alles hoeft te weten. Samen zoeken is ook heel verbindend. Je ontdekt immers zo vaak dingen van jezelf en van je kind die je misschien niet wist. Een goede tip is ook letterlijk je taal ontwikkelen rond de dood: de woorden dood en sterven durven benoemen, uitspreken, zodat jij het gewoon wordt maar je kind ook.”
Diewer: “En dat kan je in het alledaagse doen. Als je een dood insect in de tuin ziet liggen, maak daar gebruik van. Dat is een mooie situatie om iets bespreekbaar te maken. Er zijn veel manieren om het laagdrempelig aan te pakken, zoals je ziet. Ik zou vooral willen zeggen: heb hierin ook gerust wat meer zelfvertrouwen!”
En dan gaat het verhaal de wereld in - hoe is dat voor jullie?
Ingrid en Ilse: “We vinden het wel spannend hoe het ontvangen zal worden. Vooral dan in de gezinnen die er zelf mee geconfronteerd worden. Wanneer brengen we het bij hen binnen? Hoe kunnen ze ermee aan de slag? Want die gezinnen die staan in een ongelooflijke spreidstand. Enerzijds moeten ze iemand loslaten die ze doodgraag zien, en anderzijds hopen ze natuurlijk op een medisch wonder. De ongelooflijke medische vooruitgang helpt daarin niet steeds. De vraag is dan of op zo een moment het verhaal kan binnengebracht worden, want het gaat ook over mooie herinneringen, en misschien is een gezin er dan nog niet klaar voor. Ja, het blijft spannend.”
Diewer: “Ja, ik vind het ook spannend. Wij zien zeker het ongelooflijk preventief en educatief potentieel van het verhaal. En in de gezinnen die zelf getroffen zijn, zal het ervan afhangen of het gezin er zelf voor open kan staan op dat moment. Een kind gaat dat geweldig vinden: Lucas zou dat zelf fantastisch gevonden hebben. Misschien zouden we het zelf als ouders wel zwaar gevonden hebben, omdat het - hoewel het focust op de juiste dingen - niet evident is om ook te focussen op de vrolijke troostende en mooie dingen als je voor het verlies staat. Je zit op dat moment met zo veel verdriet. Je probeert er gewoon als ouder nog het beste van te maken, en je bent niet bezig met mooie herinneringen achteraf. Bij een nakend overlijden vind ik het wel interessant om het dan te gebruiken bij de kinderen in de omgeving rond het gezin en op school.”
Tomas: “Ik denk dat je het ook in die gezinnen kan aanbrengen als het duidelijk is dat het een palliatief traject is, en als daar een soort aanvaarding rond is. In ons traject met Lucas dachten we meer tijd te hebben, en hebben we inderdaad te lang gewacht om het met hem erover te hebben. Iedereen rond ons zei toen: “ik zou dat nu nog niet doen, want dat gaat zijn weerstand breken”. En je zoekt daarin, jetwijfelt, maar ik ben er niet van overtuigd nu dat we hadden moeten wachten. Want dat is juist wat het luisterverhaal uitdrukt; het is niet omdat je je bewust bent van het feit dat je gaat sterven dat je niet meer van de dag kan genieten. En dat vind ik zo sterk aan het verhaal: die dubbelheid. Vlucht er niet van weg - het mag benoemd worden.”
Dimitri: “Ja, ik ben benieuwd hoe het verhaal ontvangen zal worden door kinderen en volwassenen. Want door al die verliezen is de hoofdkleur van het verhaal wel donkerblauw. De poëzie, de humor en de stemmetjes brengen daar wel schakeringen in, maar het verhaal blijft wel donkerblauw. Het wordt niet meteen geel.”
Slot - samen luisteren, samen dragen
Dit luisterverhaal wil geen uitleg geven, geen grote lessen afdwingen. Het biedt een plek om te luisteren, met z’n tweeën of met het hele gezin, op school of in een zorgpraktijk. Een plek waar ruimte is voor vragen, voor stilte, voor herinnering. Misschien is dat het mooiste wat je een kind — of jezelf — kunt geven: een verhaal waarin verlies geen einde is, maar een begin van iets dat je samen draagt.
Je kan het vanaf 21 juni gratis beluisteren in de geluidshuis-app, op Spotify en andere podcastkanalen en op geluidshuis.be/devlinderendeschildpad.
