Image 1

In gesprek met Regula Ysewijn, culinair schrijfster en jurylid van Bake Off Vlaanderen. Vorig jaar bracht een begrafenis van een vriend een kentering in haar blik op dood en rouw. Nog nooit eerder had Regula mogen ervaren hoe mooi afscheid kan zijn, ook al was er diep verdriet. Als kind was de dood afschrikwekkend voor haar geweest. Noch taal, noch context kreeg ze van thuis uit mee. Een gemis dat ze vandaag de dag weet om te buigen naar het belang van ritueel en gesprek.

“Leer kinderen omgaan met dood en rouwen. Het is een recht, net als leren lezen en schrijven.”

Ik heb eigenlijk altijd een moeilijke relatie gehad met de dood. Er was noch taal, noch context voor de dood. Mijn ouders hadden geen vorm om een kind te leren wat er gebeurt als iemand sterft en hoe je ermee om kan gaan. Als kind keek ik samen met mijn ouders naar het nieuws. Oorlog en dood waren dagelijkse kost. Bloederige en enge taferelen stonden op mijn netvlies gebrand en werden mijn blauwdruk van de dood. Mijn ouders gingen ervan uit dat een kind niets registreert.

Ik was 6 jaar toen mijn grootmoeder gestorven is. Het idee om haar een laatste keer te groeten maakte me intens bang. Ik dacht dat het een eng en gruwelijk bezoek zou worden. Mijn fantasie nam het over. In plaats van mij uit te leggen dat ze vredig was heen gegaan, dat ze haar mooi hadden gemaakt en we haar een laatste kusje zouden geven, werd er me niets verteld. Ik kon de situatie niet behappen en ben dichtgeklapt. Ik wist echt niet hoe ermee om te gaan en ben haar niet gaan groeten. Mijn ouders namen me wel mee naar de uitvaart, zonder me te vertellen wat het juist was. Dat mijn grootmoeder begraven werd, dat snapte ik. Maar dat het een dienst was om afscheid te nemen en de dode te eren, dat weet je enkel als men je dat als kind uitlegt. Nu besef ik hoe belangrijk het is om kinderen een heldere uitleg te geven over de dood. Kinderen willen net als volwassenen begrijpen wat er gebeurt. Duidelijke informatie is een basisrecht. Je leert op die manier tegen een kind zeggen dat het oke is wat het voelt. Gelukkig evolueren generaties en hopelijk nemen jonge ouders dit vandaag de dag mee in hun opvoeding.

Op mijn 10 jaar is mijn beste vriendin om het leven gekomen. Ze stak de baan over en een auto heeft haar overreden. Ik was in shock, had veel weerstand en verzet in me. De paniek nam het over. Ze werd begraven zonder mij. In mijn rouwproces rond haar liep ik vast. Rond mijn 17 jaar had ik een nieuwe vriendschap opgebouwd. Het had tijd en ruimte van me gevraagd om opnieuw iemand toe te laten. Iemand dichtbij laten komen, is nooit eenvoudig voor me geweest. Ook deze vriendin verloor ik aan een verkeersongeval. Het was zomer toen en ik was enkele weken uithuizig. Mijn ouders kregen het nieuws rechtstreeks van haar vriend te horen. Ze wisten zich geen raad met dit nieuws en hebben het lang voor me verzwegen. Pas na haar begrafenis vernam ik dat ze gestorven was. Ik nam geen afscheid.

Een tijdje later verloor ik nog iemand, deze keer aan zelfdoding. Ik had mezelf er van overtuigd om niet naar de begrafenis te gaan. Ik zag er de zin en betekenis niet van in.

In de jaren die volgden had ik nachtmerries over mijn vriendinnen. Als enge geesten verschenen ze in mijn dromen en namen ze plaats in een zeteltje achterin mijn kamer. Telkens werd ik met angstzweet wakker en hoopte enerzijds dat ze er nog zouden zijn, anderzijds wilde ik die enge geesten weg. Hun dood was sterk verbonden met angst. Ik vond geen vrede. Mijn rouwproces zat geblokkeerd. Het gemis aan een uitvaart is hierin een bepalende factor geweest. Dit heb ik achteraf beseft.

Pas vorig jaar is mijn rouwproces ten volle in beweging gekomen. De aanleiding was opnieuw een onverwachts overlijden, een zelfdoding van een vriend. Iets in mij wou op zijn begrafenis aanwezig zijn. Hemel en aarde heb ik daarvoor bewogen. Zijn begrafenis bracht een kentering in mijn blik op dood en rouw. Nog nooit eerder heb ik mogen ervaren hoe mooi afscheid kan zijn, ook al was er diep verdriet. Het was net als een feest, waar hij bij had moeten zijn. Je voelde aan alles dat de uitvaartmoderator dicht bij de familie stond. Hij had heel goed weten luisteren, waardoor de dienst zich omtoverde tot heel persoonlijk en nabij. De juiste muziek werd gespeeld en treffende verhalen werden verteld. Het crematorium had karakter, een prachtig staaltje architectuur. Het was een gebouw met hoogte en mooie glasramen. De lichtpartijen speelden tot je verbeelding. Het had iets van een kerk. Ik begreep plots waarom men eeuwen geleden in de opbouw van een kerk bepaalde keuzes heeft gemaakt. Licht dat hoog zit, doet je opkijken. Je kijkt als het ware naar de hemel. Zelfs al ben je niet gelovig, zoals ik, toch koester je op dat moment de hoop dat er misschien iets meer is tussen hemel en aarde. De opbouw van een kerk werkt hoopgevend. Hoop is helend en geruststellend.

Mocht ik de momenten in mijn leven oplijsten die echt van betekenis zijn geweest, dan staat deze begrafenis mee in het rijtje. Ik heb het fundamentele belang van een begrafenis mogen ervaren. Aan den lijve heb ik ondervonden hoe vredig en verbonden afscheid nemen kan zijn. Ook de zieltjes van mijn vriendinnen vonden daar en toen rust in mij. Er is een reden waarom wij als mensen al sinds de oudheid een ritueel hebben om samen met anderen afscheid te nemen bij een overlijden. Dat ritueel is zowel op cultureel als op neurologisch vlak van betekenis. Je brein heeft een ritueel nodig om te kunnen begrijpen dat iemand er niet meer is. Je brein moet die connectie kunnen maken, zodat je die persoon niet meer in de menigte hoeft te zoeken. Je weet dan in je diepste binnenste dat die persoon gestorven is. Bij begrafenissen die ik vroeger heb gemist, heb ik die connectie niet gemaakt.

Rituelen overstijgen de gewoonte. Ze zijn een oerinstinct van de mens. Het hoort bij ons. Ze vormen een natuurlijk en collectief kader waarbinnen je de realiteit van de dood leert erkennen en emoties vervolgens kunnen stromen. Een begrafenis is een wegwijzer naar rouwen. Eigenlijk had ik de dood voorheen enkel met angst en lelijke dingen geassocieerd. Nu is er vrede naast komen staan.


Vroeger ontbrak het mij aan een natuurlijk kader om te kunnen rouwen. Ik gaf het op mijn manier een plaats. Als kind werd ik gepest. Pesten is iets dat je hart pijnigt en dat je een plekje tracht te geven in de spreekwoordelijke kast in je hoofd. Het gaf een zekere ordening, waar ik op dat moment mee verder kon. Al wat me in het leven overkwam, stak ik in kastjes. Ook verlies en dood had een kastje in mijn hoofd. Mijn ouders leefden in een conservatieve tijdsgeest. Ze namen de tijd niet om uit te leggen wat er gebeurde. Je hebt als kind iemand nodig die je toont wat rouwen is en uitleg geeft. Er zijn rituelen. Je moet ze weten toe te passen en er gebruik van maken. Ik kan hen niet met de vinger wijzen. Ze zijn ook kinderen van hun tijd. Hun overtuiging was dat een kind geen uitleg nodig heeft. Daarnaast hadden ze weinig emotionele capaciteiten en inlevingsvermogen. Ik leerde op die manier mijn gevoelens te onderdrukken. Ze leefden onderhuids verder en toonden zich in angsten. Ik ben nu in behandeling voor een angststoornis. De angst zit er al van in mijn kleutertijd. Ik voel dat het luik ‘leren rouwen’ belangrijk is voor mijn herstel. Het leert me omgaan met het leven in het algemeen. Als mens heb je het nodig om vrede te voelen en rust te vinden in de dood.

Ik heb altijd gedacht dat ik geen begrafenis moest hebben. Ik hechtte er geen belang aan. Door die mooie dienst van mijn vriend vorig jaar is dat veranderd. Als mijn dag komt, mag mijn dienst op diezelfde mooie plek zijn. Dan wens ik mezelf een uitvaartmoderator toe die goed heeft geluisterd naar mijn familie en dit even treffend weet te brengen. De tijd van de afstandelijke diensten is voorbij. Geen preek zonder voeling.