
Ze graven een put voor een ander… maar dat doen ze met het diepste respect. Want het werk van grafmaker-tuiniers mag dan onzichtbaar lijken, het vormt de opmaat tot een sereen afscheid. Van betekenis zijn voor de mensen die hun geliefde naar de laatste rustplaats begeleiden, is voor elk van hen de drijfveer om zich respectvol staande te houden te midden van dagen vol verdriet. Dat, en de rust die van begraafplaatsen uitgaat…
De Stad Gent is de beheerder van 18 begraafplaatsen en telt meer dan 90.000 graven. Dimitri Damman, Quinten Roegiers en Evelyne Bleyenberg maken deel uit van het team begraafplaatsen bij de Groendienst van de Stad Gent. Ze getuigen over hun ervaringen.
We staan er niet bij stil, maar aan de begrafenis van een kist, het bijzetten van een urne of een uitstrooiing op de strooiweide gaat best wel wat werk vooraf.
Dimitri: “Een ter aarde bestelling komt niet zo vaak meer voor, maar als er een opdracht binnenloopt – meestal zo’n 3 tot 4 dagen van tevoren – dan graven we in het merendeel van de gevallen de put nog zelf met de hand, zij het minder diep dan vroeger: we spitten nu tot 1,15 meter. Onze hoofdtaken bestaan vooral uit het voorbereiden van plechtigheden en het onderhouden van de begraafplaatsen. Zo zorgen we bijvoorbeeld voor het aanleggen van urnenvelden of -tuinen, het leegmaken van nissen in columbaria of urnenmuren, en het piekfijn houden van de strooiweide. Na afloop van de begraving dichten we de put of grafkelder of sluiten we de nis van een urnenmuur af met een koperen naamplaatje. Dat gebeurt weleens in het bijzijn van de familie, want wettelijk is vastgelegd dat nabestaanden het recht hebben om een afscheidsplechtigheid van begin tot einde bij te wonen.”
Het is duidelijk dat grafmakers een essentiële schakel vormen in de goede werking van een begraafplaats. Wat houdt jullie takenpakket nog in?
Quinten: “Tijdens de dienst plaatsen wij de urne in de nis, helpen we de dragers om de kist in de put of de grafkelder te laten zakken, of strooien we de as met de strooier uit op de strooiweide. Uiteraard zorgen we dan dat die de juiste richting uitwaait, niet naar de mensen toe. Bij afgelopen concessies verwijderen we de zerken van een grondgraf of halen we de urnen uit de graven. Urnen bewaren we trouwens nog een jaar lang in ons depot op de Westerbegraafplaats, maar wanneer niemand ze komt halen begraven we die ook. Wordt een kelder verkocht, dan halen we de ruimte leeg en maken we die vervolgens grondig schoon voor de volgende familie. Verwilderde struiken of bomen snoeien we weg: nabestaanden staan er vaak niet bij stil, maar een jonge cipres zal 20 jaar later uitgegroeid zijn tot een enorme boom. Daarnaast maaien we de strooiweides, herstellen we verzakkingen langs de grafzerken, vullen we putten in de weg, verwijderen we verwelkte bloemen, enz.”
Dimitri: “Onze equipe telt 10 vaste medewerkers, verdeeld over 3 teams, aangestuurd door leidinggevenden Koenraad en Evelyne: samen staan we in voor het onderhoud en de goede werking van de 18 begraafplaatsen in Gent. Naast de courante klussen zijn er ook minder zware taakjes, zoals het ophangen van vlaggen of het vernieuwen van de cocardes op de oorlogsgraven. En tijdens Allerheiligen neem ik altijd plaats op het bureau, klaar om de vragen van de mensen te beantwoorden en mogelijke problemen op te lossen.”
Evelyne: “Als meewerkend leidinggevende is het tevens mijn job om elk jaar opnieuw samen met een controleur de concessies te checken. De afgelopen concessies markeer ik met de spuitbus, waarna de ploeg het graf zal uitbreken of de urne verwijderen. Niet alles verdwijnt: arduinstenen worden bijv. gerecupereerd, het zou zonde zijn om die tot steenpuin te vermalen. Ook waardevolle graven blijven behouden, soms omwille van een opmerkelijke stijl – art deco bijv. – soms omdat er een bekende persoon begraven ligt. In Gent zijn er daarvan behoorlijk wat, zeker op het befaamde Campo Santo in Sint-Amandsberg.”
Hebben jullie de manier waarop mensen hun geliefden ten grave dragen zien evolueren?
Dimitri: “Waar vroeger alles strikter en stugger verliep, is de stijl merkelijk losser geworden. Vroeger wist je heel precies wat je van elk huis – zo werden begrafenisondernemers genoemd – kon verwachten, vandaag is dat meer fluïde. Er wordt al eens ter plekke geïmproviseerd, als in ‘gaat de familie groeten of niet?’ Voorheen droegen veelal gepensioneerden de kist, vandaag zijn dat hoofdzakelijk studenten of uitzendkrachten. We moeten weleens tussenkomen, ook om het veilig te houden: de kelders zijn vaak echt diep, tot wel 4 meter, je wil niet meemaken dat er tijdens het zakken van de kist een touw rond een voet of een hand verstrikt raakt.”
Evelyne: “De diverse samenleving weerspiegelt zich al een poosje op de begraafplaatsen. Zo kan je in Gent ook Mekkagericht begraven worden. Afrikaanse christenen maken er soms een levendig en kleurrijk schouwspel van, vol zang en muziek, terwijl andere culturen graag meer in handen nemen, van samen de kist dragen tot de put dichten: in dat geval voorzien we meerdere schoppen.”
Quinten: “Ook andere begraafvormen maken hun opwachting. In Drongen is een natuurbegraafzone ingericht. Daar kan je begraven worden in een boomgaard in een kist van onbehandeld hout of in een lijkwade – dat laatste mag trouwens op alle Gentse begraafplaatsen. De urne van de overledene samen met die van zijn of haar huisdier in een columbarium? Het gebeurt, want samen met je huisdier de eeuwigheid ingaan is intussen toegelaten, tenminste als het beestje voor jou stierf en gecremeerd werd. Ook thuisbewaringen raken meer en meer in zwang.”
Is het voor jullie geen last om voortdurend geconfronteerd te worden met mensen die gebukt gaan onder tomeloos verdriet?
Evelyne: “Tijdens mijn eerste werkweek stond ik stil bij elke naam, ieder geslacht, elke leeftijd. Gaandeweg leer je dat te plaatsen. Het helpt ook om een mentaliteit te kweken waarbij de dood onafscheidelijk bij het leven behoort. Mensen kijken weleens vreemd op wanneer ze horen dat ik van mijn werk hou, maar een job als grafmaker kan je niet half doen: het is met hart en ziel, of niet.”
Dimitri: “Ik heb geleerd om het werk niet mee te nemen naar huis. Onder de collega’s lachen we heel wat af, humor is onze manier om te ventileren en het verdriet van anderen niet te dicht te laten komen. Je moet daartoe in staat zijn, anders hou je deze job niet vol. We hebben mensen zien passeren die al na enkele weken tot het besef kwamen dat dit werk totaal niet voor hen was weggelegd. Los daarvan: in de carnavalswereld waarin ik vertoef heb ik al enkele leden ten grave moeten dragen. Vijftig mensen zien treuren die je goed kent is pijnlijk. Zodra ik vrees het niet de baas te kunnen vraag ik aan een collega om te wisselen. Mijn eigen verdriet kan ik op zulke momenten nog parkeren, dankzij mijn professionele attitude en ervaring. Maar het verdriet van anderen? Dat is een pak moeilijker om te dragen.”
Quinten: “Kinderen blijven het zwaarst. Ik ben zelf vader van twee, ik moet er eenvoudigweg niet aan denken… Laatst zat ik op mijn knieën om de urne van een jonge vrouw te plaatsen terwijl haar ouders en broer maar lieve woordjes bleven prevelen. Op zulke momenten haalt de ontroering je in. De truc is om niet in de ogen van de mensen te kijken: ik richt mijn blik dan op de grond of richting de begrafenisondernemer. Op het moment zelf vertoef je heel erg in die sfeer van afscheid en verdriet, maar nadien laat ik het los – voor deze job is dat absoluut noodzakelijk. Stel je voor dat wij alle dagen zouden huilen: dat zou niet vol te houden zijn.”
Dimitri: “De reden waarom ik al 27 jaar als grafmaker werk, is net omdat deze job het toelaat om iets voor anderen te kunnen betekenen. De rust en de schoonheid van onze begraafplaatsen zijn natuurlijk een fantastisch kader om in te werken, maar de dankbaarheid in de ogen van de mensen op het kwetsbaarste ogenblik van hun leven: daar doe ik het nog altijd voor.”
