
"Hoe lang gaat papa nog gestorven zijn?"
Auteur/Illustrator: Hannelore Bedert, Tekeningen: Randall Casaer
Uitgeverij: Manteau
Recensie:
Hannelore Bedert is voor velen geen onbekende naam. Ze schreef jarenlang eerlijke,
scherpe columns voor Libelle, stond op het podium als singer-songwriter met teksten
die onder je huid kropen en is moeder van twee kinderen, Hoppe en Polly. Maar sinds
17 februari 2019 is ze ook iets geworden waar niemand voor kiest: jonge weduwe. Haar
man Stijn overleed onverwacht aan hartfalen. En plots stond ze daar: alleen, met twee kinderen en een hart dat aan flarden lag.
In Hoelang gaat papa nog gestorven zijn?, genoemd naar de ontwapenende vraag van
haar toen driejarige dochter Polly, bundelt Hannelore op een integere manier een reeks
columns en nieuwe teksten. Kleine stukjes uit een groot verdriet, geschreven tussen de
boterhamdozen en de administratie door. Verwacht dus geen handboek rouw.
Het boek leest als een dagboek van een vrouw die probeert te leven terwijl ze rouwt.
Ze schrijft over de eerste keer dat je iets weer alleen moet doen. Over papieren die je
niet begrijpt, systemen die geen ruimte laten voor verdriet. Over hoe een kind ineens
zegt dat je “een coole mama” bent, ook al wil je gewoon even niet sterk zijn. Over dat
de dood niet stopt bij de begrafenis, maar elke dag opnieuw begint. Hannelore spreekt
als moeder met zachte eerlijkheid over het overlijden en de pijn: ze verzwijgt de
waarheid niet, maar draagt die op een manier die haar kinderen kan dragen.
Hannelores taal is eenvoudig, maar echter nooit oppervlakkig. Ze schrijft zoals ze praat:
zonder filter, maar altijd met gevoel. Er is geen ruimte voor drama, wel voor rauwheid.
Geen grote verklaringen, maar veel kleine waarheden. “Papa zou ze prachtig vinden,”
zegt ze over de nieuwe schoenen van haar dochter, en meteen voel je wat er op het
spel staat: de afwezigheid die in alles aanwezig is. Ze toont dat verlies niet altijd huilt,
soms ook gewoon zwijgt.
De illustraties van Randall Casaer voegen iets bijzonders toe. In sobere lijnen vat hij
wat niet altijd in woorden past: een schaduw, een omhelzing, een kind dat iets te stil
kijkt. Zijn tekeningen zijn net als de teksten: breekbaar, intiem, nooit opdringerig. Ze
versterken zonder te verklaren.
Het boek gaat over het grote verlies, bij de rauwe stilte, maar ook over hoop. Niet
n dat alles terug ‘goedkomt’ – dat belooft Hannelore nergens – maar dat het leven,
ondanks alles, blijft bewegen. Dat verdriet soms wat zachter wordt, als je het maar blijft
aankijken. En dat er dagen komen waarop je lacht zonder schuldgevoel.
In haar stukjes raakt ze aan verschillende facetten van rouw: de eenzaamheid, het
onbegrip van de buitenwereld, de woede, de zorgen om haar kinderen, de praktische
beslommeringen, en de momenten waarop herinneringen plots inslaan als bliksem.
Maar ook de schoonheid van herinneren, van kleine overwinningen, van opnieuw leren
ademen. Het boek toont ook de rol van taal: hoe schrijven Hannelore hielp om haar
hoofd boven water te houden, hoe woorden bruggen kunnen slaan naar mensen die
hetzelfde meemaakte – of net helemaal niet. Het boek nodigt uit. Tot meevoelen.
Tot stilstaan. Tot het durven praten over wat zo vaak wordt verzwegen. In een wereld
waarin rouw nog te vaak weggemoffeld wordt, is dit boek een zacht, maar vastberaden
pleidooi om verdriet te erkennen – bij jezelf, bij een ander.
Hoelang gaat papa nog gestorven zijn? is geen zwaar boek. En toch weegt het. Niet
door drama, maar door echtheid. Het is een ode aan Stijn, aan hun gezin, aan de kracht
van kinderen, aan moeders die blijven doorgaan terwijl alles hen tegenzit. Het is klein in
formaat, maar groots in gevoel. Omdat verdriet draaglijker wordt als je het mag delen.
