
Mensen delen één grote, onvermijdelijke zekerheid: op een dag komen ze definitief te gaan. Voor sommigen komt dat moment echter vroeger dan gepland. Journaliste Annelies Rutten zocht 12 onder hen op voor een gesprek over het leven en de nakende dood. Partner en fotograaf Bart Van Leuven legde omzichtig hun portret vast, voor én na. Dat levert een indringend boek op, en in het zog daarvan een tentoonstelling: ‘Ik heb geleefd’.
Het grote taboe is intussen wel gesneuveld, maar toch wordt de dood nog altijd liever gemeden: was dat de insteek van dit bijzondere project?
Annelies: “Tijdens een reeks interviews voor de krant Het Nieuwsblad met begrafenisondernemers was het me al opgevallen: dat de dood mensen meer bezighoudt dan vroeger, waardoor ze nu vaker zelf hun begrafenis regelen. En twee: dat overledenen tijdens het begroetingsmoment niet zelden gefotografeerd worden. Dat zette me aan het denken. Als we dit nu ook eens zouden doen, maar béter? Portretten in woord en beeld, van mensen op een zucht van hun levenseinde? Want de dood heeft me altijd gefascineerd, van jongs af aan: terwijl iedereen een studentenjob zocht in de horeca trok ik naar het crematorium. Dat vond ik helemaal niet raar, de dood schrikt mij niet af. Toch blijft het onderwerp volgens mij nog altijd te weinig bespreekbaar.”
Bart: “Ik vond het direct een waardevol idee, en tegelijk voelde ik weerstand: ‘Oei, moet ik dan overleden mensen fotograferen?’ Het was een uitdaging die ver buiten mijn comfortzone lag, omdat ik normaal vooral voeding, mensen en design in beeld breng, veelal in opdracht van reclame of bedrijven. Maar in het besef dat ik dit jaar 60 word – en we zo iemand als kind al stokoud vonden –, wilde ik deze uitdaging beslist niet uit de weg gaan.”
Hoe pak je dat aan, een mens fotograferen die net overleden is?
Bart: “Ik had nog nooit zoiets gedaan en de goede voorbeelden lagen niet bepaald voor het rapen, dus was het in eerste instantie een zoektocht. Ik ontdekte al snel dat de foto’s het best werkten vooraleer de mensen opgebaard werden. Meteen na hun overlijden wilde ik de twijfel nog in beeld kunnen brengen: ‘Zijn ze in slaap gevallen, of zijn ze er niet meer?’ Een interessante nuance. En mooi. Want voor iemand die net gestorven is, kun je niets anders dan het grootste respect opbrengen. Hij of zij is en blijft nog altijd die geliefde persoon, niet slechts een ‘stoffelijk overschot’.
Annelies: “Zelf ging ik nooit mee naar de post mortem foto’s. Op het moment van overlijden én de fotograaf én ook nog eens de journalist toe te laten, dat was te heftig geweest. Zulke ogenblikken vragen om rust en sereniteit, en slechts dat handjevol mensen dat het nauwst bij de overledene betrokken is.”
Vlamingen zijn vaak niet zo’n vlotte praters. Hoe vond je 12 mensen bereid om over het ultieme, laatste onderwerp te getuigen?
Bart: “Sereni heeft ons goed geholpen: hun enthousiasme en geloof in het project gaven ons een ontzettende drive. Ze reikten ons ook contacten aan waar we mee verder konden. Daarnaast hebben we ons oor te luisteren gelegd bij huisartsen, palliatieve centra, ...”
Annelies: “We vonden al snel een zestal mensen, het verbaasde ons zelf hoe gemakkelijk dat ging. Om een of andere reden is dat toen stil gevallen, en heeft het een jaar geduurd vooraleer we nog 6 andere mensen bereid vonden om te getuigen. Maar het is nooit voorgevallen dat mensen na ons bezoek weigerden om deel te nemen: iedereen die we spraken zei meteen ja. Sterker nog: vaak voerden we al direct het eerste gesprek.”
Waren het moeizame, worstelende gesprekken, of brachten ze juist een stortvloed aan emoties teweeg?
Annelies: “Ik wilde graag weten hoe het is, hoe het voelt om te beseffen dat het einde nabij is. Eerder dan te vorsen naar betekenisvolle mijlpalen, was voor mij de belangrijkste vraag: hoe sta je in dit moment? Is er iets wat wij nog niet weten, kijk je nu anders tegen de dingen aan? En daarnaast: is je leven goed geweest, kan je het als afgerond beschouwen, of heb je ergens spijt van? De meerderheid kon het nakende afscheid maar moeilijk aanvaarden: de dood kwam te vroeg, ze wilden nog niet gaan. Mensen klampten zich ook aan iedere sprankel hoop vast, wat maakte dat ze plannen bleven maken… Maar er waren er ook bij die tevreden terugblikten. Of zelfs naar het einde uitkeken, zoals die jonge vrouw van 24 die omwille van ondraaglijk psychisch lijden euthanasie had aangevraagd. Stuk voor stuk waren het mooie en beklijvende gesprekken, waarbij ik steevast een klik voelde met die mensen. Dat maakte het zo bizar om na het interview afscheid te nemen, want je wist dat je hen nooit meer zou terugzien. Persoonlijk vond ik dat aspect nog het zwaarst. Zo was er een hele leuke vrouw bij, we hebben veel zitten lachen, en tegelijk was er dat wurgende besef: binnen een paar dagen is ze er niet meer. Je kunt je wel voorstellen hoe intens dat al onze ontmoetingen gemaakt heeft...”
En dan ga je naar huis…
Annelies: “… en eenzelfde gevoel van onmacht bekruipt je: waarom rukt de dood deze mensen voortijdig weg, hoe onrechtvaardig is dat?”
Bart: “Bij het nemen van de post mortem foto overviel het me telkens opnieuw: je hebt voor die mensen een zekere warmte ontwikkeld, en plots zijn ze wég. Wanneer ik op zulke momenten binnenkwam, met camera en belichting, op kousenvoeten bijna, voelde dat haast als inbreken. Aan de andere kant wist ik: het is goed wat ik doe, het heeft zin. Dat hebben we toch regelmatig te horen gekregen: dat de mensen blij waren dat ze deze getuigenis nog konden vastleggen. Want de kans om dat moment waar wij zo nieuwsgierig naar waren te delen met anderen, misten ze soms. Er was een vrouw die in het palliatief traject haar plek nog niet gevonden had: ze wilde wel praten, maar het lukte niet bijster goed. Met ons babbelen had haar ontzettend veel deugd gedaan, gaf ze ons nog mee. En dat ze vurig hoopte dat anderen er iets aan zouden hebben, mocht hen hetzelfde overkomen…”
Uitgeverij Lannoo was direct te vinden voor publicatie. Welke reacties verwachten jullie, op het boek én op de fototentoonstelling in het crematorium in Aalst?
Annelies: “Ik hoop dat de mensen het sereen en waardevol zullen vinden. Bart heeft een fantastische job gedaan door alle foto’s tot een mooi geheel te smeden. In een ver verleden waren post mortem foto’s trouwens heel normaal. De doden lagen opgebaard in de voorkamer, iedereen kwam groeten, er werden bloemen neergelegd, gegeten en gedronken, en de mensen namen foto’s. Ergens zijn we dat kwijtgeraakt, we vinden de dood nu griezelig en duwen die het liefst zoveel mogelijk weg. Met dit project sluiten we weer aan bij een lang vergeten traditie. Het heeft me doen inzien hoeveel mensen nog behoefte blijken te hebben aan een foto van hun geliefde, ook na het overlijden.”
Bart: “Er zijn ook kritische geluiden geweest, voornamelijk vanuit palliatieve hoek. Dat heeft ons weleens doen twijfelen om door te zetten. Maar waarom zouden we opgegeven hebben? Ik hoop vooral dat ‘Ik heb geleefd’ begrip, nieuwsgierigheid, troost en dankbaarheid zal losmaken.”
Het is gezien de context misschien een wat vreemde vraag maar: hebben jullie hier zelf iets uit gehaald?
Annelies: “Als koppel was het fijn samenwerken, maar het zal moeilijk worden om nog een onderwerp te vinden dat even aangrijpend is als dit.”
Bart: “Het heeft best veel moeite gekost, mensen vinden, want we hingen volledig af van derden: huisartsen, palliatieve centra, begrafenisondernemers. Bijkomende factor was dat we niet alleen beperkt werden tot die mensen die op voorhand wisten dat ze binnen luttele tijd zouden overlijden, maar er tevens over wilden getuigen. Tegelijk was dit zo’n zinvolle missie: de dood en alles wat daarmee samenhangt wat meer bespreekbaar maken. Het heeft ons nog eens goed doen beseffen dat het voor élk van ons, op élk moment zomaar gedaan kan zijn. Laten we het leven dus maar beter vieren, en geen tijd verspillen aan negativiteit of pietluttigheden. Hoe contradictorisch het ook mag klinken: bewust met de dood bezig zijn maakt het leven net intenser!”
