Image 1

Kunst op voorschrift
Een pleidooi voor de integratie van kunsten in de zorg.


Auteur: Tessa Kerre
Uitgeverij: Academia Press


Recensie
Tessa Kerre, hematoloog in het UZ Gent, richt zich niet alleen op het lichamelijke aspect van genezing, maar ook op de geestelijke en emotionele zorg voor haar patiënten. Naast haar medische werk is Kerre ook hoofddocent aan de Universiteit Gent en voert ze onderzoek naar immunotherapie voor kanker. Ze werd bekend bij het grote publiek door haar deelname aan de televisieserie Topdokters. In haar werk als arts legt ze veel nadruk op de menselijke kant van geneeskunde, waarbij de verhalen van haar patiënten centraal staan. In Kunst op voorschrift pleit Kerre voor de integratie van kunst en cultuur in de zorg. Het is een essay waarin ze de helende kracht van kunst kritisch onderzoekt en betoogt dat kunst, of het nu literatuur, muziek of beeldende kunst is, een belangrijke rol kan spelen voor patiënten. Het boek is opgebouwd rond verschillende thema’s die kunst in de zorg belichten. Kerre start met het pleidooi dat artsen zich ook moeten bekommeren om de geest en ziel van de patiënt en pleit voor een meer holistische benadering van zorg. Tijdens Corona werd zorg herleid tot een zuiver klinisch gegeven, waarbij de mens achter de patiënt vaak wordt vergeten. Kunst kan in dit opzicht een tegenwicht bieden door patiënten in contact te brengen met schoonheid en emoties die verder gaan dan de ziekte.


In het tweede deel van het boek onderzoekt Kerre hoe kunst kan bijdragen aan het genezingsproces. Ze vertelt persoonlijke verhalen van patiënten, zoals Astrid, een jonge vrouw met leukemie die in de kunsthandel werkt, die een kunstwerk van Honoré d’O bij zich had tijdens haar behandeling. Deze verhalen worden steeds grondig ondersteund door wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van kunst in de zorg. Met haar eigen studenten werkt ze een onderzoek uit rond samen lezen in de oncologische zorgcontext. Verrassend daabij is ook het positieve effect op de zorgverlener zelf. Ze verwijst daarvoor ook naar het concept van narrative medicine, waarin de verhalen van patiënten centraal staan. Kerre bepleit dat artsen niet alleen de wetenschappelijke gegevens van hun patiënten moeten begrijpen, maar ook hun persoonlijke verhalen, die cruciaal zijn voor een volledige observatie en behandeling. Het boek eindigt met Kerre’s droom van een project dat ze Kunst aan bed noemt, oftwel een roomservice voor kunsten aan bed, in het ziekenhuis. Dit is een idee waarin patiënten de mogelijkheid krijgen om kunst op voorschrift te ontvangen, of het nu gaat om muziek, voorlezen of kunstwerken die tijdelijk in de ziekenhuiskamer worden geplaatst. Ze is zich bewust van de complexiteit en de risico’s, maar haar overtuiging geeft haar boek een hoopvolle ondertoon. Ze gaat hierbij verder dan haar droom uit de doeken te doen, maar kadert dit steeds met concrete reeds bestaande voorbeelden kunstprojecten en gefundeerd onderzoek omtrent dit thema. Dat maakt de benadering van Kerre niet alleen empathisch, maar ook doordacht en realistisch. Haar pleidooi voor een meer humane benadering van zorg en de rol van kunst hierin groeit van zaadje tot (hopelijk) een zaadbom.