
Ik ging op rouwreis. Of eerder een troosttocht, zoals psychiater Uus Knops het zelf begon te noemen halverwege de trip. Samen met Nancy van Anders Reizen organiseerde Uus een helende tocht in de Marokkaanse woestijn. Ik had me voorgenomen veel te lezen en te schrijven, maar de realiteit was anders. Dit reisverslag is dus ook na de reis geschreven, met inzichten van daar en ook al weer van hier. Het is geen verslag waarin ik dag per dag beschrijf wat we deden en welke opdrachten we mee kregen, omdat dat aan de organisatoren van de reis toebehoort. Maar ook – en nog veel belangrijker – omdat er nog van die rouwreizen volgen en ik hoop dat die medereizigers even onbevangen aan de tocht kunnen beginnen als dat ik dat kon.
Ik vatte de reis niet aan met een bepaald doel. Er hoefden geen specifieke figuurlijke stappen gezet te worden. De formule van de woestijntocht bevatte immers zelf het potentieel helende en leerzame effect. Zes dagen wandelen in een immense zandvlakte zonder GSM- bereik op het ritme van de natuur. Ik was niet bang voor het fysieke afzien. Ik kan wandelen – ook al zouden de hete temperaturen overdag en de koude ‘s nachts me misschien wel parten kunnen spelen. Afgesloten zijn van het nieuws van de buitenwereld en dan vooral van het thuisfront: dat was voor mij de grootste test. Met een bang hartje en de nodige emoties zette ik op zondagmiddag mijn telefoon op vliegtuigstand. Op vrijdagavond ging hij terug aan voor de WiFi in de Riad waar we na de woestijntocht verbleven. Gelukkig was thuis alles goed verlopen. Mijn schatten waren er nog. Ik kon ze terug bereiken en twee dagen later opnieuw in mijn armen nemen. Diep vanbinnen had ik daar ook op vertrouwd. Waar ik twee jaar geleden nog een testament had geschreven toen ik enkele dagen van huis wegging, had ik nu niets voorbereid. Alsof ik de realiteit dat er altijd iets kan gebeuren, even niet onder ogen wilde zien. Ik ben vertrokken met het vertrouwen dat het wel goed zou komen.
Vanuit diezelfde onbezonnenheid en wellicht positivisme had ik me immers ingeschreven voor de reis. Om te voelen dat ik leef vanuit een keuze voor het leven ondanks alle verlies. Ik stelde mezelf daarbij op de proef, maar dat was de enige manier om het aan te vatten. De negativiteit en probaliteit proberen te verbannen en focussen op wat er is. En godzijdank kwam het goed. Maar de eerlijkheid gebiedt mij toe te geven dat die week ‘loslaten’ geen garantie heeft geboden om in de toekomst een minder ongeruste mama te zijn. Ik kon die week zorg en zorgen, achter me laten omdat ik – eens vertrokken - toch geen andere keuze had. Ik wilde mezelf testen of het me zou lukken. En ja, ik was achteraf fier dat ik het heb aangedurfd. Maar helaas brengt een onbekend nummer op mijn telefoon of het nummer van de school me ondertussen weer even snel uit evenwicht als voor de reis. Een ongerustheid die elke moeder kent, maar die immens groot is geworden sinds ik 5,5 jaar geleden een ‘heel slecht nieuws’-bericht kreeg. Ik besef meer dan ooit dat dit een traumatische gebeurtenis was die mijn moederrol danig op de proef blijft stellen. Opvoeden is loslaten, is leren omgaan met onzekerheden en er tegelijkertijd op vertrouwen dat mijn dierbaren het goed stellen.
Wanneer je je vingers te hard knelt rond zand in je hand, verlies je het. Wanneer je je hand openhoudt als een kleine schaal, blijven de zandkorrels liggen. Loslaten om beter te kunnen vasthouden. Een evenwichtsoefening waar zelfs de meest volleerde acrobaat het lastig mee kan hebben. Terug naar het begin. Na een lange reis inclusief een 5-uur durende autorit door een prachtig landschap met het Atlasgebergte in de verte, wachtten 9 dromedarissen en hun drijvers ons op. De ganse tocht werden we vergezeld door deze prachtige dieren met lange wimpers en indringende ogen. De éénbultige kamelen gaven ons veel stof tot metaforen: ze kunnen een ongelooflijk zware last dragen en hebben op de ellebogen, de knie- en zoolgewrichten eeltplekken die wel zeven millimeter dik kunnen zijn. Ze zijn ongeveer 3 meter lang en zo’n 2 meter hoog en wegen tussen de 450 en 1200 kilogram. Ze hebben een lange gebogen hals en lange poten, die eindigen in twee tenen. Hun voetafdrukken in het zand lijken wel hartjes.
Zonder hen waren we niets. Ze droegen alles wat we tijdens onze tocht nodig hadden: tenten, bagage, eten, drinkwater, de tajines waarin overheerlijk gekookt werd, de kleurrijke tapijten en kussens waarop we zaten en lagen, de zware groene keramieken borden waaruit we aten, ons afval en zo nu en dan één van de medereizigers. Zonder hun drijvers waren we evenmin iets. Ze begeleidden de kameelachtigen en ons. Het blijft zeer bijzonder om vast te stellen hoe een nomade een weg kan vinden in zo’n grote ruwe rotsachtige zandvlakte. Wij volgden gedwee.
Ik leerde dat de dromedaris zich voedt met gras en andere planten, ook de taaie, doornige en uitgedroogde planten die de meeste andere dieren laten staan. Door de gespleten bovenlip is hij in staat zelfs doorntakken te eten. Hoe straf klinkt dat. Doornen omzetten in voedsel. Waar een wil is, is een weg. Het dier is uitermate geschikt om in de woestijn te leven. Dankzij het vet dat opgeslagen zit in zijn bult kan hij meerdere dagen zonder water en voedsel overleven. Op zeer hete dagen kan een dromedaris zelfs meer dan een kwart van zijn lichaamsgewicht verliezen zonder in levensgevaar te komen. Wat zitten de fauna en flora inventief in elkaar. Om stil en nederig van te worden.
De schepen der woestijn gaven eveneens het wandelritme aan. We traden in hun voetsporen. Het gaf een veilig en rustgevend gevoel. Net zoals het leven en mee-leven op het ritme van de natuur. Dat is zelfs een understatement voor zo’n woestijnreis. Opstaan met de zon. Rusten tijdens het heetst van de dag. Haasten om je slaapplek te installeren vooraleer het donker is. Genoeg water drinken. ‘s Nachts niet uitgekeken geraken op die sterrenhemel. Wind dat het zand doet opwaaien en een hele dag rond je oren suist. Zodra het donker wordt, dicht bij elkaar kruipen in de tent. Zand op elk plekje van je huid voelen. De vier natuurelementen kwamen overal terug. Neem nu die aarde. De immense zandvlakte waarop we wandelden. Zand in verschillende kleuren en densiteiten. Vergezeld van zeer veel keien en rotsen. Gecraqueleerd, uitgedroogd, en toch voedzaam. Hier en daar popt ineens een bloempje, struikje of zowaar een boom op. Ergens diep onder de grond moet er dus toch water zijn. Leven dat vanuit de donkerte gevoed wordt.
Nancy had het ons tijdens onze eerste kennismaking al verteld: “de woestijn lijkt doods, maar als je goed kijkt, is er zoveel leven.” Niets is verloren. Overal is hoop. Zo dankbaar dat wij waren om ’s middags te wandelen tot we een boom vonden die ons van de nodige schaduw kon voorzien. Tijdens de siësta mijmerend over hoe krachtig en flexibel dat bomen zijn: ze laten hun takken meebewegen met de wind, laten hun bladeren los wanneer het herfst wordt vol vertrouwen dat er in de lente weer nieuwe blaadjes voor in de plaats komen. De allerbeste acrobaten dus. En dan was er de lucht of liever de wind die ons tweemaal zeer sterk tegemoet waaide. Niet via een zacht verkoelend briesje, maar als een heuse storm. Zo’n zandstorm dwingt je om neerwaarts te kijken, om je te focussen op elke stap, om in het nu te zijn. Wandelen, doorgaan, voet voor voet. Niets minder, niets meer. Wind moedigt aan om vooruit te gaan, wind drijft je zacht maar krachtig, wervelend voort. Wind doet je bewegen. Enzo lang iets beweegt, is er groei, is er hoop, staat het hart niet stil. Wind voel je wanneer het langs je lichaam heen strijkt – of wanneer het zand in je oog blaast. Wind – net als de warmte en het vuur van de zon, het zweet op je huid en het zand tussen je tenen laten je voelen dat je leeft.
De natuurelementen doen je voelen, laten je zijn. Wij zijn de aarde, het water, het vuur en de lucht. Wij zijn zoveel. Wij zijn er (nog). En die wij op de reis dat waren naast Uus, Nancy en mezelf nog 11 andere topdames. We deelden groot verlies, rouw, pijn, verdriet om onze partners, kinderen, ouders of zussen. Ook al droegen we onze bagage niet zelf, we gingen gebukt onder veel zwaarte – gravis – grief. Confrontatie met de scherpte van het leven, verhalen over levens die abrupt werden weggerukt of na een lijdensweg die niet te winnen viel. Ook al kenden we elkaar niet, we hebben zoveel gemeen. We weten dat rouw voor altijd is omdat het liefde is. We weten dat elk levenspad anders kan lopen dan gehoopt of verwacht. En net daarom liepen we daar samen in de woestijn. Omdatwe allemaal kozen om verder te gaan, om te bewegen, om stappen te zetten, om pijn maar zeker ook vreugde te laten stromen. Panta Rei.
Ik besef eens te meer dat ik nog steeds zoekende ben, maar niet om iets te vinden, wel om te zijn. Ik heb mijn lijf tijdens die week gevoeld en de kracht die er in zit. Daar ben ik zo dankbaar voor. De week was helend. En met helen bedoel ik niet dat er dingen genezen en terug worden zoals ze waren. Het betekent dat ik het verdriet toelaat wanneer het er is, dat het me verder vormt en dat ik er van probeer te blijven leren. Onze emoties laten ons inzien wat er echt telt. Helen zorgt ervoor dat we verder kunnen leven op de meest waardevolle manier, met ons hart kloppend voor wie we verloren hebben maar zeker ook voor wie er nog is. Helen betekent beter kunnen voelen. En daar hoort al eens een extra paar blaren tussen je tenen bij. Wandel ze, lieverds. In de zon, in het gras, op een pad of in het zand. Beweeg. Voel. Laat het stromen.
