
Annick Aerts is kunstenaar, al moest ze eerst zestig worden voor ze dat -schoorvoetend nog- over zichzelf durft zeggen. Met oesters, borden en scherven probeert ze met Zilt, de onderneming die ze samen met haar partner Erik opbouwt, iets in de wereld te zetten. Vanuit haar eigen verhaal, betekent ze daarmee graag iets voor andere mensen die op een of andere manier met rouw geconfronteerd worden. Al mag ook feest in het leven niet ontbreken voor haar.
Om te staan waar je nu staat heb je, zowel professioneel als privé, al heel wat watertjes doorzwommen.
Ik was van jongs af aan erg creatief en handig, maar moest van mijn ouders handel studeren. In verschillende jobs kwam creativiteit toch telkens bovendrijven. Het is een drang, de taal die ik gebruik. Ik absorbeer alles wat met kleur en vormgeving te maken heeft en dat uit zich in tal van creatieve uitingen, van schilderijen over geborduurde tennisraketten en breiwerk tot wat ik nu doe. Als kind was ik thuis de vreemde eend in de bijt. Daarnaast heeft de harde opvoeding die ik kreeg mij sterk getekend. De ziekte en het overlijden van ons drie maand oude dochtertje, intussen 24 jaar geleden, heeft een lange weg van herstel en rouw gevraagd. En doet dat nog steeds. Ik heb pijnlijk ervaren hoe het is om met zo’n verlies te leren leven en daar vaak alleen in te staan. Maar mijn creativiteit en affiniteit met kleur heeft mij, naast professionele hulp en steun van enkele goede vriendinnen, altijd gered uit het diepe dal. In periodes van rauwste rouw stroomde de creativiteit totaal niet, maar toch was dat altijd mijn ankerpunt. Ik kan niet zonder de creaties, ik kan niet zonder kleur, ik kan niet zonder kunst. Door de jaren heen ben ik mij bewust geworden dat ik mijn talent ook kan inzetten voor anderen. Het is een dubbel verhaal waarbij iets betekenen voor iemand anders in diens rouwproces ook voor mij therapeutisch werkt.
Had je al kort na je eigen verlies de ruimte daarin iets voor een ander te betekenen?
Dat heeft altijd in mijn achterhoofd gezeten. Gaandeweg heeft dat vorm gekregen. Mijn huidige partner is ook ondernemer en we wilden iets samen doen, maar dan wel op een manier die bij ons klopt. ‘Zilt’ startte met oesters. Erik en ik wandelden aan zee na een storm en het strand lag er vol van. Ik nam ze mee en begon te experimenteren. Aan elke creatie gaat een spontane inval, maar ook veel trial en error vooraf. De oester heeft als materiaal heel wat uitdagingen. Ze is hard, maar ook fragiel. Vaak werk ik een hele poos aan een stuk en breekt dit op het einde alsnog. Dan moet ik opnieuw beginnen. Tegelijk is de oester een metafoor voor de gelaagdheid van het leven. Jaar na jaar groeien kalklagen aan, net zoals een rouwproces uit verschillende lagen bestaat. De heling verandert door de jaren heen, maar het blijft doorlopen. Door sommige gebeurtenissen, zoals recent het verlies van een vriend, kan dat ineens weer heel intens voor je neus staan. Maar een parel ontstaat ook slechts vanuit een kwetsuur in de oester.
Het kwam op je pad als het ware.
Ook de borden zijn door een toevalligheid ontstaan. Met de juwelen doen we soms mee aan kleinschalige beurzen. Daar zitten dan broches bij als koesterjuweel, gevuld met as van een overledene, ringen of gegraveerde schelpen. Toen we op het festival ‘Tranen en Troost’ stonden, hadden we de juwelen op borden gelegd om ze te presenteren. Op elk bord had ik toepasselijke woorden geschreven. Mensen wilden die borden kopen, terwijl ik daar met stift op had geschreven om ze nadien voor een andere gelegenheid met een ander woord te kunnen decoreren. Zoiets is voor mij dan een aanzet om opnieuw te gaan experimenteren met afbakken van borden zodat de tekst blijvend is, curves in borden leren hanteren,... En nadenken hoe dit verhaal voor mij kan kloppen. Er moet een gelaagdheid in zitten die bij mijn verhaal past. Zo kwam ik op de cirkels van het leven die gesymboliseerd worden door familieservies. Het bordje van oma is bezield. Andere borden haal ik bij kringloopwinkels, zo is er tegelijk een duurzaamheidsaspect. Intussen kunnen er borden gemaakt worden voor het begin van het leven, zoals een geboortebord, en het einde, bij afscheid en rouw, en alles wat daartussen zit. Borden staan symbool voor het samen eten en feesten, de verbinding. Moest het servies kunnen spreken, het zou heel veel verhalen kunnen vertellen. Als je daar dan iets mee kan doen, is dat toch prachtig.
Tussen de veelheid aan creatieve objecten, zie ik ook scherven van borden liggen.
In gesprek met Barbara Drieghe van Sereni zijn we gaan zoeken hoe we de borden in de wereld van afscheid en rouw nog meer konden inzetten. Zo kwamen we op het idee van de scherven, opnieuw een sterke metafoor. Als je verlies meemaakt, val je immers in scherven uiteen. Je weet in het begin niet hoe of wanneer het je ooit zal lukken jezelf terug bijeen te rapen. Ik maak daarvan broches die je dichtbij je hart kan dragen, letterlijk en figuurlijk. Ze geven daarbij vorm aan de scherpte van verdriet. Ze breken zoals ze breken, elk stuk is daarbij uniek. Vanuit de Kintsugi-gedachte geef ik ze een gouden randje: “Steek je pijn niet weg. Het mag gezien worden.”
Het gaat niet over terug aan elkaar lijmen.
Elke scherf, elk verdriet mag er zijn. Daarbij zijn we gaan zoeken naar een naam voor de scherven. Zo kwamen we op heelkunst. Het is een vorm van kunst, maar het gaat om het helen van je hart. Innerlijk helen. Als je dat symbool bij je draagt, dat het jou heelt en troost. Mensen spreken je snel aan op dat speciale juweel, ze kunnen het materiaal immers niet meteen thuisbrengen. Je kiest zelf of je het verhaal erachter, jouw verliesverhaal, dan wil delen of niet.
Wat is je missie met Zilt?
De connecties die ik met mensen maak, het verbinden met gelijkgezinden. Ik wil daarom ook enkel kiezen voor samenwerkingen waarbij ik trouw kan blijven aan mezelf. Ik vind het een fijne gedachte dat ‘Zilt’, met ondernemerschap vanuit creativiteit en gevoel, herkend wordt in de oesters en borden. Als ik anderen hoor zeggen dat ze mijn werk bijzonder vinden, heb ik moeite dat binnen te laten komen. Dat draag ik nog mee uit mijn jeugd. Goed was nooit goed genoeg en als het niet perfect was, hingen er consequenties aan vast. Ik stel mezelf dus nog vaak de vraag of ik en mijn creaties het wel waard zijn, of ik het podium wel mag pakken. Enige geldelijke erkenning is zeker fijn, maar rijk zal ik niet worden met Zilt. De rijkdom zit hem in andere dingen: die connecties, mogen creëren, daarmee iets betekenen voor anderen.
Je hebt persoonlijk een heel proces doorgemaakt waarbij je hard aan jezelf hebt gewerkt, als een kunstenaar van je eigen leven. Elke oester die brak, lijkt symbool voor de stappen die je gezet hebt naar jezelf in de wereld zetten. In die zin is je onderneming echt wel een verderzetting van het proces dat je al veel jaren gaat.
Mijn leven is vaak zwaar geweest, maar ik vind altijd een laddertje om terug uit het dal te klimmen, iets te doen met die ervaring. Dat is levenskracht. Op een van mijn borden schreef ik ‘Lief het leven’ en daar sta ik ondanks alles voor. Nu leef ik, het borrelt. Die niet aflatende creativiteit stroomt. Ik wil niet in een slachtofferrol kruipen of me laten verlammen door de donkerte van de wereldproblematiek. Laat mij maar in mijn wereld met mijn kleur waar ik me gelukkig voel en laat ons allen het leven zelf een beetje mooier kleuren. Ook al vind ik het een grote uitdaging, met ‘Zilt’ durven we anders te zijn. ‘Dare to be different’ is dan ook onze leuze. Je moet niet doen wat een ander doet, je mag je eigen koers varen.
Dat mag je zeker omarmen.
