Ga verder naar hoofdcontent

"Alsof mijn sculpturen niet alleen door mij gemaakt zijn, zo voelt het.” Kunstenaar Johan Tahon maakt werken die diep vanuit zijn binnenste lijken te komen. Het is wellicht de reden waarom ze zo hard raken. Zo ook zijn sculptuur in uitvaartcentrum Leiekant in Kortrijk. Voor Randy Couckuit, de bezieler van het uitvaartcentrum, is het het werk waarnaar hij op zoek was. “Het is ontroerend om te zien hoeveel troost een beeld kan bieden."

Bijzonder, cultuur, Kennis, Locatie, Rouw

Sereni Leiekant Johan Tahon

Tekst : Annelies Rutten
Foto www.bartvanleuven.com
Beeld Johan Tahon – Glacier Monk, 2019, Steengoed, 150 x 38 x 48 cm

Het is een prachtig werk, de sculptuur bij de begroetingsruimtes in het gloednieuwe uitvaartcentrum Leiekant. Hoe het daar staat op zijn witte sokkel. Tegelijk mens en object. Met het glazuur dat langzaam van het keramiek naar beneden lijkt te druppelen en het beeld een enorme gevoeligheid geeft. “Dit is wat het moest zijn”, zegt Randy Couckuit. Hij is de bezieler van Leiekant, een eigentijds en architecturaal doordacht uitvaartcentrum in Marke, waar zes uitvaartondernemingen gebruik van maken, en dat Couckuit – letterlijk – met zijn eigen handen heeft gebouwd. Om in het sobere, hedendaagse gebouw een ziel te brengen, ging hij op zoek naar een passend kunstwerk. “Ik wilde iets dat troost zou bieden en verbondenheid creëert.”

Mijn werk heeft bijna meer te maken met psychologie dan met kunst

Johan Tahon, beeldhouwer

Hij kwam in contact met Johan Tahon, de beeldhouwer uit Zwalm, die zijn atelier heeft in een voormalige kerk. De klik was er snel. Voor Tahon, een rijzige man met wilde haren, zijn passie en bevlogenheid geen loze woorden. Zijn werken zijn wereldvermaard, maar een ‘plan’ zit daar niet achter. Neen, hij is een man die kunst moét maken. Vanuit een soort kracht die diep vanuit zijn binnenste lijkt te komen. “Ik heb het geluk van te mogen exposeren in grote musea over de hele wereld”, vertelt hij. “Maar zelf heb ik mijn werk altijd gezien als iets dat losstaat van de kunst, en dat meer te maken heeft met leven en psychologie.”

Zijn grote drijfveer zijn emoties. Tahon: “In de eerste plaats die van mijzelf. Maar als ik het onderzoek, merk ik dat het ruimer is, en universeler. Dat wat ik voel, ook door anderen wordt gevoeld. Misschien ben ik wel iemand die vorm of taal geeft aan dingen die voor anderen moeilijker uit te drukken zijn.” In die zin is het geen toeval dat de dood erg aanwezig is in zijn werk. “De dood draait rond voelen, gemis en verdriet. Het is zéker iets waar weinig woorden voor bestaan. Maar waar woorden tekortschieten, kan een vorm van poëzie soms voor genezing zorgen, en bepaalde sculpturen ook. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat mijn werk daartoe behoort, veel meer dan tot het blingbling wereldje dat de hedendaagse kunst soms is.”

Dood van een vader

De dood is ook op persoonlijke manier in zijn werk geslopen. Eerst door het verlies van zijn vader toen hij een late twintiger was. “Ik had een vertroebelde relatie met die man. Hij had een alcoholprobleem en maakte ons het leven moeilijk. Ook toen hij nog leefde, waren mijn beelden al een soort uitweg, een manier om te ontsnappen aan de harde realiteit van ons gezin. Na zijn dood is dat mechanisme alleen maar belangrijker geworden. Tijdens het rouwproces begon ik sculpturen te maken die veel groter waren dan voordien. Witte gedaantes van vier, vijf meter hoog. Alsof mijn existentiële probleem zo groot was, dat ook mijn sculpturen groter moesten worden.” Het was bevreemdend, en soms beangstigend, vertelt de kunstenaar. “Het voelde alsof die sculpturen niet alleen door mij gemaakt werden, alsof ze vanuit mijn onderbewuste vorm kregen op een manier waar ik zelf geen controle over had. Vreemd, toch? Want ik had geen affectieve relatie met die man. Ik had hem amper gesproken, ik kende alleen geweld.”

Tahon begreep snel dat zijn witte figuren zijn eigen rouwproces overstegen. “Aan hoe mensen erop reageerden, voelde ik dat ze zich erin herkenden en dat de beelden iets universeels aanraakten. Het besef dat je in een oude fabriek in Oudenaarde ’s nachts dingen zit te maken en daarmee een soort van ‘grootsheid’ aanraakt, vond ik als kunstenaar zeer bijzonder. En het gebeurde zonder dat ik die ambitie had, zelfs zonder te weten wat ik precies deed. Er was geen klant op dat moment; niemand zou die objecten kopen. Ik moést ze gewoon maken.” Opmerkelijk: hij kreeg in die tijd wel erkenning uit onverwachte hoek. Tahon: “Op een dag dook Jan Hoet op in mijn atelier. Ik was nooit de kunststudent geweest die vernissages afschuimde om in de smaak te vallen, dus ik had dat nooit verwacht. Maar plots stond hij daar te kijken naar die witte figuren en hij moedigde mij aan. Dat was intens. Als Jan Hoet je steunt, komt er een wervelstorm op je af waarin je overeind moet zien te blijven. Maar het deed mij deugd om erkend en begrepen te worden.”

Een kind verliezen

De dood is altijd in Tahon’s werk aanwezig gebleven. Misschien nog meer nadat hij zich zeven jaar geleden nog eens in al zijn heftigheid aan de kunstenaar en zijn echtgenote manifesteerde. “Veertien dagen na haar geboorte zijn we ons eerste kindje verloren”, vertelt Tahon. “Dat is een moeilijk verhaal, dat nog steeds niet helemaal verwerkt is, misschien omdat er zo’n groot gevoel van onrecht en verdriet aan vasthangt. Ik ben toen heel hard in confrontatie gekomen met mijzelf, en met een enorme angst. Tegelijk was er het verwarrende besef dat aan zo’n vreselijk drama ook een vorm van schoonheid hangt.” Hij heeft het over hoe hij en zijn echtgenote als koppel nog veel hechter zijn geworden. En over de moed die hij zag bij zijn vrouw, en de kracht die ze liet zien. “Het was een kracht waar ik als man jaloers op was. Ik zal nooit vergeten hoe ze dat kindje, dat ze negen maanden had gedragen, samen met de dokter waste en in het kistje heeft gelegd. En hoe ze, toen het kistje klaar was om in de grond te worden gestopt, er even haar hand op heeft gelegd en verder liep. Dat beeld, dat even aanraken, zonder dramatiek of hysterie, en dan verdergaan, dat vond ik van een ongelofelijke schoonheid.” Het koppel heeft intussen een gezonde zoon, maar het trauma van het verlies van een kind heeft zich in het werk van Tahon genesteld. “Ik zie het als een test of toetssteen”, zegt de kunstenaar. “Het bewustzijn van kwetsbaarheid en sterfelijkheid, dat in elk object voelbaar moet zijn.”

Couckuit is geraakt door het verhaal van Tahon. Ook na vele jaren in het vak blijft hij gevoelig voor afscheid en verdriet. “Ik word dagelijks met de dood geconfronteerd, maar ik moet nog dikwijls mijn tranen bedwingen”, vertelt hij. Maar hij haalt daar ook zijn drive uit. “Ik vind dat de dood niet weggeduwd mag worden. Die hand op dat kistje is een simpel gebaar. Maar het kan genoeg zijn om waardig afscheid te nemen. Omdat het vanbinnen komt, zonder tralala. Mensen helpen om het op zo’n manier te doen, is voor mij een streefdoel.” 

Als je kijkt naar dat beeld, spreken er emoties uit, alsof het die van hogerhand gekregen heeft. Het maakt dat mensen zich hier getroost en gesteund en verbonden kunnen voelen.

Randy Couckuit , uitvaartondernemer

De sculptuur van Tahon is voor Couckuit een deel van dat verhaal. “Als je kijkt naar dat beeld, spreken er emoties uit, alsof het die van hogerhand gekregen heeft. Het maakt dat mensen zich hier getroost en gesteund en verbonden kunnen voelen.”  Hij ziet hoe bezoekers het werk opzoeken. “Ze zonderen zich even af, gaan ernaast zitten. Het valt ook op dat veel mensen erover spreken. Ze zeggen spontaan: dat past hier. Of ze vragen wie de kunstenaar is. Bij andere werken gebeurt dat minder.” 

Sacrale ruimte

Het doet de kunstenaar zichtbaar plezier. “Als kunst die rol kan spelen, wat kan ik mij meer wensen?” Hij prijst ook de filosofie waarmee Couckuit het uitvaartcentrum heeft uitgebouwd. “Het is met veel smaak en gevoeligheid gedaan. Jullie herstellen iets in waarde.” En dan, nadenkend: “Als je erbij stilstaat: je maakt eerst een grote ruimte, dan plaats je een sculptuur. Op het moment dat de kerken worden afgebouwd, ga je die sacrale ruimte bijna opnieuw creëren. Alsof er een soort spiritueel gemis bestaat en er op een nieuwe manier gezocht wordt naar manieren om dat in te vullen.”

Couckuit beaamt. “Ik houd nog altijd van een uitvaart in een kerk. Dat gevoel heb ik naar hier willen halen. En dan is de sculptuur misschien geen engel, maar toch iets universeels waardoor mensen zich aangetrokken voelen.” Tahon: “Ik heb soms wél het gevoel dat mijn sculpturen engelfiguren zijn. En dat mogen ze ook zijn.”


Uitvaartcentrum Leiekant